|
Wat dit orgel bijzonder maakt is de warme, volle klank. Ook het front is markant.
Het instrument werd gebouwd in 1894 door orgelbouwer en waterbouwkundig ingenieur Michaël Maarschalkerweerd (1838 - 1915) uit Utrecht, een stad waar in die tijd ook kerkelijk beeldhouwer Willem Mengelberg (1837 - 1919) zijn atelier had als ontwerper van o.a. orgelfronten. Maarschalkerweerd bouwde zo'n 175 orgels in ons land, waarvan sommige samen met zijn vader Pieter. Een van zijn beroemdste orgels is dat van het Concertgebouw in Amsterdam. Tien jaar geleden werd het gerestaureerd en teruggebracht naar zijn oorspronkelijke staat. Gebouwd in de negentiende-eeuwse traditie van de Romantiek, waarbij Maarschalkerweerd zich voor de intonatie van het instrument liet inspireren door de Franse grootmeester Aristide Cavaillé-Coll, is dit orgel geschikter voor Franse muziek dan voor barokmuziek van Bach. | Van Dijk: ‘Bijna dertig jaar ben ik aan deze gemeente verbonden. Met het orgel ben ik na al die jaren zeer vertrouwd.
Omdat ik veel van de klank houd is het voor mij nog altijd een feest om er 's zondags op te mogen spelen‘.
Geen klassieke organistIk ben opgeleid tot Docerend Musicus elektronisch orgel. Tijdens de opleiding speelden we klassiek, theatermuziek, jazz en hedendaagse muziek. Van deze invloeden bevat mijn spel altijd wel iets. Ik ben dus geen echt klassieke organist. Overigens speel ik bijna nooit literatuur, improviseren vind ik veel leuker.Verschil tussen een Doopsgezinde of Remonstrantse voorganger kan ik aan de orde van dienst nauwelijks merken. Groter zijn binnen één denominatie de verschillen per voorganger. | Liederen uit nieuwe bundels kunnen soms wat simpel zijn, dan is het aan de organist om er toch iets goeds van te maken.
Eén lied kun je op meerdere manieren spelen. Waar ik geen voorstander van ben is het zingen van allerlei nieuwe teksten op bekende melodieën.
Het zingt misschien beter, maar de melodie hoort dan niet meer bij één tekst.
Als ik die melodie vervolgens wil gebruiken in mijn improvisatie weet niemand meer over welke tekst het gaat.
Ik ben niet Doopsgezind of Remonstrants of iets anders. Ik geloof in de geest, maar niet in de regeltjes van de kerk. Omdat in deze geloofsgemeenschap de opvattingen zo divers zijn heb ik me er altijd thuis gevoeld. Na de preek ben ik in mijn interpretaties van liederen of improvisaties helemaal vrij om te doen wat ik wil. Dat maakt het spelen hier zo plezierig.‘ |