Zaterdag 2 december 2006 : excursie naar Alkmaar Orgelstad
Na een start met koffie in "Het Gulden Vlies" begon de Alkmaarse orgelvictorie voor onze groep van 16 deelnemers met een bezoek om 10.30 uur aan de Kapelkerk, aan de Laat. `
De buitengevels van deze kerk dateren uit de 16e eeuw en zijn opgebouwd in de stijl van de Brabantse Gotiek, rijkelijk voorzien van zogenaamd speklagenmetselwerk.
In verrassend contrast daarmee is het interieur volledig uitgevoerd in 18e-eeuwse classicistische stijl met als blikvanger een prachtig gesneden, groot overwelfd orgelbalkon met een orgel van Christian en Pieter Müller uit 1762.
Frank van Wijk demonstreerde ons zijn orgel (19 stemmen) met een concertje van 18e-eeuwse werken: een Preludium van Havingha
(uit Alkmaar), de bekende variaties op het thema "Willem van Nassau" van de tienjarige Mozart (toen in 's-Gravenhage)
en een Rondo van Rüppe (uit Leiden).
Daarna mochten de deelnemers achter de speeltafel en kregen nuttige aanwijzingen over registratie mogelijkheden
en het kiezen van een uitkomende stem.
Na een gastvrij georganiseerde lunchpauze in de Doopsgezinde Vermaning aan de Koningsweg werden we in de Grote Sint Laurenskerk
ontvangen door Pieter van Dijk.
Hij begon met een uitleg over het koororgel (13 stemmen), dat daar in 1511 gebouwd werd door Jan van Covelens
en daarmee het oudste nog bestaande Nederlandse orgel is.
Het hoofdwerk is opgezet als een prestantenblokwerk met de karakteristieke benaming Doof voor Prestant 8′ en Koppeldoof
voor Prestant 4′. De enkele Prestant 8′ klinkt namelijk "Dof" in vergelijking met de stralende, krachtige klank
van het veelkorige prestantenplenum met Mixtuur en Scherp.
Pieter van Dijk illustreerde de klankmogelijkheden aan de hand van een aantal eigen improvisaties
en toen was de beurt aan de deelnemers.
Het was op de twee manualen even wennen aan de kleine omvang (F - a2)
waarbij het ontbreken van de toetsen F# en G# (dus links 3 witte toetsen, 1 zwarte, en weer 2 witte!)
en van de toets g#2 verwarrend werkte.
Hetzelfde gold voor het pedaalklavier (F - c1).
Maar voor Renaissancemuziek klinkt dit orgel met zijn middentoonstemming prachtig.
De Openfluit 4′ van het hoofdwerk en de Fluit 4′ van het Borstwerk (uit 1545) maken mooie echoeffecten
in de kerkruimte mogelijk. Voor de speler zelf lijkt er dan echter nauwelijks verschil in klanksterkte te zijn.
Vervolgens ging alle aandacht uit naar het monumentale hoofdorgel (56 stemmen).
Dit werd in 1639-1646 gebouwd door Galtus, Germer en Jacobus van Hagerbeer en in 1722-1725
in Noord-Duitse stijl omgebouwd door Frans Caspar Schnitger.
Helaas was de tijd te kort om de karakteristieke stemmen van dit orgel apart te demonstreren.
De deelnemers die aan de beurt konden komen leefden zich vooral uit in registraties waarin machtige klankkleuren
de kerk tot in zijn uithoeken liet mee resoneren.
Pieter van Dijk gaf nuttige instructies voor het ontwikkelen van een goede pedaaltechniek.
Voor het laatste programmaonderdeel liepen we naar de Lutherse kerk aan de Oudegracht.
Onze gastvrouw Elina Keijzer vertelde in haar inleiding, dat het orgel (15 stemmen)
vermoedelijk gebouwd is door Pieter Müller als zijn meesterwerk, in 1755,
hetzelfde jaar waarin hij in deze kerk in het huwelijk trad.
Elina Keijzer liet aan de hand van een Fantasie van Sweelinck diverse registers en klankcombinaties horen.
Ofschoon veel eenvoudiger in voorkomen dan het orgel in de Kapelkerk heeft het orgel een fraaie klank,
die verder geaccentueerd wordt door de ongelijkzwevende Werckmeister-III stemming.
Een aantal deelnemers probeerde vervolgens enkele kerkliederen - ook in meer eigentijdse zetting - uit,
wat stimuleerde tot meezingen.
Deze geslaagde dag werd om 16.30 uur afgesloten met een gezellig kopje thee en koffie in het "Swaenenest"
van de kerk, waarbij er onder leiding van de voorzitter gelijk al ideeën voor nieuwe orgelactiviteiten
met de groep werden doorgesproken.
Barend Kraal