Sfeervol
Organistenweekend (vrijdag 4 & zaterdag 5 oktober 2002).
“Er gaat niets boven Groningen”, zegt een bekende reclamespot van deze provincie met een knipoog naar de kaart van Nederland. Onze noordelijkste provincie heeft wat te bieden, zeker op orgelgebied. Arp Schnitger, Albertus Hinsz, Petrus van Oeckelen, noem maar op. Een goede keus van het bestuur! De ontvangst in café Hoornstertil te Wehe den Hoorn was voortreffelijk, de maaltijd niet minder, gezellig bijpraten. Vol energie vertrokken we richting Middelstum In de vermaning aldaar werden we hartelijk ontvangen door een aantal leden van de doopsgezinde gemeente. Bij een goed gevulde tafel werd het een en ander verteld over de historie van deze gemeente en over het opmerkelijke kabinetorgel. Philip Kiemel speelde voor ons een zevental aantal stukken, te weten:
- 4 variaties in d uit band I van Orgelwerke van Domenico Zipoli (1688 - 1726)
- allegro uit voluntary in a minor uit Old English Organ Music for Manuals (18e eeuw)
- uit Livre d'orgue van Louis Nicolas Clérambault (1676 -1745) Basse de Cromorne
- Legatura per Organo van Francesco Corbisiero (1730 - 1802) uit Vox Humana
- uit Oude Meesters de Fughetta in Bb van J. Pachelbel
- koraalbewerking van Gezang 1 door Johan van Dommele (geb. 1927)
- koraalzetting van Allein Gott in der Höh sei Ehr van J. Pachelbel
Hij liet aldus de tien registers van
dit instrument klinken. Of moet ik zeggen negen? De Terts 1 3/5’ is alleen in
de discant gedisponeerd en de Quint 1 ½’ alleen in de bas. Velen van ons
maakten graag van de gelegenheid gebruik dit
bijna 250 jaar oude orgel een te proberen,
oorspronkelijk gemaakt door de Amsterdamse bouwer Deetlef Onderhorst. Het
bezoek
aan Middelstum werd afgesloten met samenzang (“De dag door uwe gunst
ontvangen”, lied 393), waarbij we zelf konden ervaren hoe goed dit orgel
voldoet aan haar primaire functie, de begeleiding van de gemeentezang.
Na
terugkeer in Wehe den Hoorn werd er gezellig geborreld in het .. voormalig
politiebureau (het is eer eens wat anders). Voor het gemak bleven we er ook maar
slapen, dat kan daar allemaal.
Op
zaterdagmorgen weer naar het café voor het ontbijt en dan op weg naar Leens.
Daar kregen we in gebouw Shalom een prikkelende inleiding door broeder Fokke
Fennema over het contact tussen organist en predikant. Een relatie waar het
nodige over te zeggen en gauw eens ook het nodige aan te verbeteren valt. We
kregen tien vragen voor onze kiezen, met het beantwoorden waren we wel even zoet
{dit onderwerp rechtvaardigt mijns inziens een apart artikel in Zang & Spel,
ik laat het hier verder rusten}. En toen was het tijd voor het klapstuk van het
weekend: het orgel in de Petruskerk, gebouwd in 1773/1774 door Albertus Anthoni
Hinsz. Organist Dirk Molenaar vertelde eerst het een en ander over de fraaie
middeleeuwse kerk, over de Groningse landadel en uiteraard over het orgel.
Aansluiten een demonstratie van de 27 stemmen, een ware muzikale traktatie! Zelf
speelde ik het “Choral en La mineur” van Rameau op dit instrument. Een
ervaring, die ik samenvat in de uitroep: “Wow, wat een klank”! Eigenlijk is
dit orgel wat aan de grote kant voor deze intieme kerk, de registers zijn dan
ook prachtig ingehouden en verfijnd geïntoneerd. Gen wonder dat het één van dé
concertorgels in het Groninger land is. Niet onvermeld mag blijven, dat er in
het koor nog een bijzonder charmant koororgeltje (bouwer Van Vulpen) stond
opgesteld. “Oh, wat een schatje” werd er gezegd! We zijn er niet aan toe
gekomen, een volgende keer dus.
Terug
naar gebouw Shalom voor een bak thee, het kopen van een CD en afscheid nemen.
Conclusie: wie er niet bij is geweest, heeft heel wat gemist!
Bernard
Posthumus