Geschreven op verzoek van de redactie van het Doopsgezind Gemeenteblad voor Groningen en Haren en overgenomen in het Algemeen Doopsgezind Weekblad (ADW nummer 26 van 1 juli 2000).
Orgelspelen in een kerkdienst, een fluitje van een cent of …?

Als organist in de Doopsgezinde Gemeente Haren ben ik dankbaar dat ik een stukje mag schrijven over het leven van een organist. Komt hij/zij op zondagmorgen met een tas met boeken naar de kerk en spelen maar? Nou, nee bepaald niet! Er gaat een uitgebreide voorbereiding aan vooraf. Dat begint vaak al op de vrijdagavond wanneer de te zingen liederen en de schriftgedeelten worden doorgebeld. Als ik er vervolgens tijd voor heb (in een enkel geval pas diezelfde zondagochtend), speel ik eerst de liederen door en oriënteer mij op de tekst van de coupletten. Mag er 'uit-gepakt' worden met het intochtslied en hoe is de sfeer van een gezongen kyrie-gebed? Aan de hand van de schriftlezingen, eventueel de tekst van de preek, zoek ik gepast orgelspel na de preek uit. De ene keer is het een koraalbewerking, dan een trio of muziek uit de vele andere muziekboeken. Dit spel na de preek wordt meestal zeer gewaardeerd door de aanwezigen, getuige de vele reacties na afloop van de dienst.

De tijd van het kerkelijk jaar is een belangrijk onderdeel van de te spelen muziek voor zowel vóór als na de dienst. Ook moet je als organist rekening houden met het karakter van de dienst; is het een opgewekte dienst waarin preludia en fuga klinken of sober zoals de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Des te meer info je van de predikant ontvangt, des te beter kun je inspelen op het verloop van de dienst.            

Om mij goed op de dienst te kunnen voorbereiden, is er per dienst thuis al zo'n anderhalf uur nodig. Daarnaast ben ik standaard elke dienst (of het nu mijn eerste dienst was of de 267e op 7 mei 2000) een half uur voor aanvang aanwezig voor een laatste inspectie van alle onderdelen in de dienst. Soms probeer je een bepaalde registratie uit die je in de dienst wilt gebruiken, dan weer zijn er andere zaken die nog geregeld moeten worden. Wanneer ik zelf een kerkdienst bezoek, bereid ik mij rustig voor op de dienst. Dit houdt in, dat ik me afsluit van de dingen die om me heen gebeuren en luister naar het orgel. In veel diensten waarin ik, maar ook collega organisten over de hele wereld, speel, kom je regelmatig hele andere dingen tegen.

De volgende zorg is of de kerkenraad wel op tijd de kerkzaal binnenkomt. Vaak is het orgelspel zodanig uitgezocht, dat het om 10.00 uur stil wordt in de kerk. Tja, wat doe je dan als de kerkenraad soms drie of vier minuten later komt?

Vanaf de allereerste dienst houd ik bijvoorbeeld ook bij hoeveel mensen aanwezig zijn in de dienst. Het aantal bezoekers stijgt vaak als de eigen predikant voorgaat en in bijzondere diensten; gemiddeld ongeveer 34 personen, met uitschieters van 12 naar 150.

Ook na jarenlange ervaring wil ik voor mijn eigen geruststelling alles graag zo vroeg mogelijk weten, zodat je bij het zingen uit muziekbundels als Alles wordt nieuw, Zingend Geloven of de oude Doopsgezinde bundel niet voor verrassingen komt te staan.

Zo zie je maar dat het begeleiden van een kerkdienst niet alleen het meespelen van de samenzang inhoudt en wat solospel. Het is een belangrijk onderdeel van de dienst waar mijns inziens de nodige voorbereiding aan vooraf behoort te gaan.

Sinds een paar jaar is er een groep enthousiaste gemeenteleden die meewerkt aan de kerkdienst door tweemaal per jaar (met Pasen en Kerst) mee te zingen in het gelegenheidskoor. Dit is een plezierige ontwikkeling, omdat de dienst op die manier niet alleen dienst wordt van de dominee naar de gemeente, maar ook als gemeente-leden naar elkaar.

Zo'n gelegenheidskoor zou bijvoorbeeld kunnen helpen bij het instuderen van een onbekend lied dat in de dienst gezongen wordt. Om de woorden van Fokke R. Fennema te gebruiken, mag er minimaal één onbekend lied in de dienst zitten. Dit om de eigen liederenschat uit te breiden of omdat het lied prima past bij het te lezen schriftgedeelte.

Sinds het najaar van 1998 ben ik secretaris van de Doopsgezinde Organistenkring. Met veel enthousiasme organiseert het bestuur (afkomstig uit H.I. Ambacht, Schagen en Groningen) een tweetal bijeenkomsten per jaar. Deze bijeenkomsten waren in eerste instantie alleen bedoeld voor organisten in Doopsgezinde kerken, maar zijn vrij snel uitgebreid met predikanten, koorleiders en gemeenteleden. Tijdens een excursie krijgen we meestal een inleiding met bespeling van een orgel (liefst Doopsgezind) ergens in Nederland. Ook het nieuwe dienstboek, mogelijkheden om zelf te spelen of het leren zingen van moeilijke, ritmische liederen met Akke Conradi zijn aan bod geweest. In het najaar 2000 zijn we met een twintigtal personen te gast in Zeeland. Daar bezoeken we een kerk in Oude Tonge en krijgen de aanwezigen harmonisatie- en improvisatieles. Dit kan men dan in de eigen diensten weer toepassen. Stukjes hierover staan vermeld in 'Zang en Spel' waar ook de kerkenraad van Haren op geabonneerd is.

Namens de organistenkring zijn de bestuursleden bij toerbeurt aanwezig bij de vergaderingen van de Werkgroep Kerkmuziek van de DCG. In die vergaderingen bespreken we velerlei onderwerpen, waaronder: het organiseren van regionale zangdiensten, organistencursussen, de organistenkring, het blad Zang en Spel, de activiteiten van het Doopsgezind Orgeladvies Comité en vele andere zaken.

Kortom: mijn activiteiten voor de doopsgezinde gemeenten houdt niet op bij het orgelspelen in de kerkdiensten van Haren en op uitnodiging af en toe ook Groningen, maar zijn verspreid over heel Nederland. Het is fijn om regelmatig ook met andere organisten uit andere gemeenten in gesprek te zijn over zaken die hen bezighouden.

 Muzikale groet van, Philip  Kiemel                                                   Home