De tijd van het
kerkelijk jaar is een belangrijk onderdeel van de te spelen muziek voor zowel vóór als
na de dienst. Ook moet je als organist rekening houden met het karakter van de dienst; is
het een opgewekte dienst waarin preludia en fuga klinken of sober zoals de laatste zondag
van het kerkelijk jaar. Des te meer info je van de predikant ontvangt, des te beter kun je
inspelen op het verloop van de dienst.
Om mij goed op de
dienst te kunnen voorbereiden, is er per dienst thuis al zo'n anderhalf uur nodig.
Daarnaast ben ik standaard elke dienst (of het nu mijn eerste dienst was of de 267e
op 7 mei 2000) een half uur voor aanvang aanwezig voor een laatste inspectie van alle
onderdelen in de dienst. Soms probeer je een bepaalde registratie uit die je in de dienst
wilt gebruiken, dan weer zijn er andere zaken die nog geregeld moeten worden. Wanneer ik
zelf een kerkdienst bezoek, bereid ik mij rustig voor op de dienst. Dit houdt in, dat ik
me afsluit van de dingen die om me heen gebeuren en luister naar het orgel. In veel
diensten waarin ik, maar ook collega organisten over de hele wereld, speel, kom je
regelmatig hele andere dingen tegen.
De volgende zorg is
of de kerkenraad wel op tijd de kerkzaal binnenkomt. Vaak is het orgelspel zodanig
uitgezocht, dat het om 10.00 uur stil wordt in de kerk. Tja, wat doe je dan als de
kerkenraad soms drie of vier minuten later komt?
Vanaf de
allereerste dienst houd ik bijvoorbeeld ook bij hoeveel mensen aanwezig zijn in de dienst.
Het aantal bezoekers stijgt vaak als de eigen predikant voorgaat en in bijzondere
diensten; gemiddeld ongeveer 34 personen, met uitschieters van 12 naar 150.
Ook na jarenlange
ervaring wil ik voor mijn eigen geruststelling alles graag zo vroeg mogelijk weten, zodat
je bij het zingen uit muziekbundels als Alles wordt nieuw, Zingend Geloven of de oude
Doopsgezinde bundel niet voor verrassingen komt te staan.
Zo zie je maar dat
het begeleiden van een kerkdienst niet alleen het meespelen van de samenzang inhoudt en
wat solospel. Het is een belangrijk onderdeel van de dienst waar mijns inziens de nodige
voorbereiding aan vooraf behoort te gaan.
Zo'n
gelegenheidskoor zou bijvoorbeeld kunnen helpen bij het instuderen van een onbekend lied
dat in de dienst gezongen wordt. Om de woorden van Fokke R. Fennema te gebruiken, mag er
minimaal één onbekend lied in de dienst zitten. Dit om de eigen liederenschat uit te
breiden of omdat het lied prima past bij het te lezen schriftgedeelte.
Namens de
organistenkring zijn de bestuursleden bij toerbeurt aanwezig bij de vergaderingen van de
Werkgroep Kerkmuziek van de DCG. In die vergaderingen bespreken we velerlei onderwerpen,
waaronder: het organiseren van regionale zangdiensten, organistencursussen, de
organistenkring, het blad Zang en Spel, de activiteiten van het Doopsgezind Orgeladvies
Comité en vele andere zaken.
Kortom: mijn
activiteiten voor de doopsgezinde gemeenten houdt niet op bij het orgelspelen in de
kerkdiensten van Haren en op uitnodiging af en toe ook Groningen, maar zijn verspreid over
heel Nederland. Het is fijn om regelmatig ook met andere organisten uit andere gemeenten
in gesprek te zijn over zaken die hen bezighouden.